Directe toegangkelijkheid
Directe toegankelijkheid:
Zonder
verwijzing:
Sinds januari 2006 heeft u
geen verwijzing van een arts meer nodig voor een behandeling door een
fysiotherapeut.
Tijdens het eerste consult
beoordeelt de therapeut of de klacht middels fysiotherapie behandelbaar is
en/of nader overleg met de huisarts noodzakelijk is. Wanneer tot behandeling
wordt overgegaan, vindt er een onderzoek plaats en wordt met u een behandelplan
opgesteld. Hiervan wordt de huisarts schriftelijk op de hoogte gesteld. Indien
na 9 behandelingen de therapie nog voortgezet moet worden, dan wordt de
huisarts hiervan in kennis gesteld en moet er alsnog een schriftelijke
verwijzing van de arts komen.
Met
verwijzing:
Wanneer u van uw huisarts een verwijzing voor een fysiotherapeut krijgt, bent u vrij in het kiezen
van een therapeut. De fysiotherapeut stelt met u een behandelplan
op. Het aantal behandelingen is afhankelijk van de aandoening. Tussentijds
kan overleg met de verwijzend arts nodig zijn. Na afloop van de sessie
vindt er een schriftelijke verslaglegging aan de arts plaats.
Directe toegankelijkheid
Oefentherapie Cesar
Zonder verwijzing:
Sinds juli 2008 is ook de Oefentherapeut direct toegankelijk. Dit houdt in dat u zonder verwijzing naar de Oefentherapeut kan gaan.
Tijdens het eerste consult wordt gekeken of de klacht / hulpvraag oefentherapeutisch behandelbaar is en of er eventueel nader overleg met de huisarts noodzakelijk is.
Wanneer tot behandeling wordt overgegaan vindt een onderzoek plaats en wordt, samen met u, het behandelplan opgesteld. Hiervan wordt de huisarts, na uw goedkeuring, schriftelijk op de hoogte gesteld.
Na afloop van de behandeling vindt er wederom een schriftelijke verslaglegging aan de arts plaats, over het verloop en afronding van de therapie.
Met verwijzing:
Wanneer u van uw huisarts een verwijzing voor een oefentherapeut krijgt, bent u vrij in het kiezen van een therapeut. De Oefentherapeut stelt met u een behandelplan op. Het aantal behandelingen is afhankelijk van de aandoening. Tussentijds kan overleg met de verwijzend arts nodig zijn. Na afloop van de sessie vindt er een schriftelijke verslaglegging aan de arts plaats.
|